Bardia National Park, Nepal

Rajasthan en Uttar Pradesh (India)

20 april 2012 - Bardia National Park, Nepal

Mount Abu was een lekker plekje om wat dagen door te brengen. Er was een nationaal park waar we een trektocht gingen doen met Pawan.  In het park zouden beren moeten zitten en we hoopten dat we die tegen zouden komen. Dit was helaas niet zo maar toch was het een geslaagde ochtend in de natuur en met leuke gesprekken over de Indische en Europese cultuursverschillen.  Onderweg kwamen we ook bewoonde grotten tegen. Geen meubelstuk te vinden in de woning, toch wonen sommige mensen hun hele leven in zo’n grot. Volgens onze gids worden ze echter niet als eigendom beschouwd en als iemand anders de grot inpikt gaat de orginele bewoner gewoon een andere zoeken. Soort van “ opgestaan is plaats vergaan”.                                                                                   S’middags gingen we naar de Dilwa Tempels omdat dit ons sterk was aangeraden. Het was warm en we waren moe van de wandeling dus we dachten even een uurtje te gaan.  Eenmaal binnen waren we echter zo onder de indruk van de marmeren Tempel dat we uren letterlijk met onze mond open rondliepen. In het marmer waren duizenden afbeeldingen in details uitgehakt en in elk hoekje was wel iets te zien. We mochten geen foto’s maken zodat we het niet kunnen laten zien. Voor ons was dit echter zonder twijfel het meest indrukwekkende gebouw dat we ooit gezien hebben.  Twee dagen lang hadden we en stijve nek van het constante omhoog kijken.

In het dorpje kwamen we een fabriekscamper tegen met een franse familie waar we een gezellige middag mee door brachten. Aangzien de familie van de andere kant kwamen konden we ook weer wat tips uitwisselen over leuke overnachtingsplekjes. Altijd handig!                                                                         Na een paar dagen  verlieten we de berg weer en de hitte sloeg ons tegenmoet. We gingen richting Sam dunes in de woestijn, omdat we hadden gehoord dat de woenstijn in Radjasthan prachtig is. We ontdekken weer eens dat we teveel  verwend zijn want onder de indruk zijn we niet van de duinen. Ze zijn niet erg hoog en er ligt her en der plastic afval. Het barst er van de kamelen waarmee je een ritje in de woestijn kan maken. Nog lang na zonsondergang komen de jongens met de kamelen langs. Onderweg naar huis,  na een lange dag op zoek naar toeristen. Stuk voor stuk vragen ze of we een kamelentochtje willen maken. Dat stellen we liever uit tot de volgende dag zodat we kunnen zien waar we rijden.                                                                                                                                                           Hij vond een half uurtje op een kameel wel genoeg.  Zij ging wat verder de woestijn in met een nogal wilde kameel. Dit maakte het ritje tenminste nog een beetje spannend.                                                      Terwijl hij op haar wachtte raakte hij in geprek met Rasjaan. Een rijke Indieer die 9 tentenkampen bezit in dit gebied. Wanneer ook zij terug is worden we uitgenodigd voor de lunch in een van de kampen. Al kletsend verteld Rasjaan over zijn boerderij met Arabische paarden, wat dieper de woestijn in.  Zij reageerd super enthousiast op dit verhaal wat een nieuwe uitnodiging oplevert. Als we in zijn kamp de nacht door willen brengen wil Rasjaan de volgende dag ons ophalen en meenemen naar de boerderij,  zodat zij kan gaan rijden op een van de Arabieren.  Dit wil zij maar al te graag. We dachten zelf gewoon in Wobbel te slapen maar vanwege de hitte wil Rasjaan daar niets van weten. Er wordt een kamer met airco voor ons klaargemaakt waar we gratis mogen verblijven.  S’avonds krijgen we er ook nog een heerlijke maaltijd met  een muziek/dansshow erbij. De airco is lekker,  het bed echter keihard en dat in combinatie met de herrie buiten maakt dat we nauwelijks slapen. Niks zo lekker als ons eigen bedje...                                                                                                                     De volgende ochtend vroeg belt Rasjaan met duizenmaal verontschuldigingen dat het geplande uitje niet door kan gaan. De chauffeur heeft zijn been gebroken en Rasjaan moet naar het ziekenhuis 300 km verderop. We hebben geen tijd om nog langer te blijven.  Jammer maar erger voor de gewonde chauffeur.                                                                                                                                                               We bezochten het gezellige fort in Jaisalmer waar we van terrasje naar terrasje slenteren om ons vochtpeil bij te houden.  Terug bij Wobbel blijken we een lekker band te hebben. Omdat we geen goede reserveband meer hebben moeten we op zoek naar een banden winkel. In de hitte vervangd hij er direct twee smaen met de bandenman. We gaan namelijk met iets grotere banden rijden zodat we er niet maar één kunnen vervangen want dan rijden we scheef. Na het harde werk worden we door de bandenman uitgenodigd voor een kopje thee en een lokaal sigaretje. De Bidies die van tabac en bladeren zijn gemaakt smaken niet eens slecht.                                                                                           We maken nog een lange rijdag en stoppen dan voor een paar dagen in Puskhar. De heiligste stad van India volgens velen. En van de franse familie hadden we gehoord dat er vlak bij het centrum een hotel is met een soort van campingplek. Het was inderdaad een ideaal plekje. Lekker rustig voor Indische begrippen en dichtbij alle winkels en restaurantjes. Wel erg veel regels in het dorp zoals bedekte kleding, niet hand in hand lopen en geen gezoen. Op zich wel vreemd dat speelse uitingen van liefde niet toegestaan zijn op een plek waar goden vooral symbool voor liefde staan.                  We zien veel vrouwen die ook hun hele gezicht inclusief de ogen bedekt hebben met een doorzichtige stof waardoor ze gekleurd de wereld in kijken. De favoriete kleur van de stof lijkt roze te zijn.....                                                                                                                                                             Midden in het stadje is een heilig meer waar mensen uit heel India naartoe komen om te bidden. Tegelijkertijd heeft het ook een verkoelende functie want in het heilige water wordt flink gebadderd.  Zij kan het met al die leuke winkeltjes niet laten om een nieuw shirtje te kopen. Ook daar krijgen we een kopje thee aangeboden en we kletsen uren met weer een Rasjaan, de eigenaar van de winkel. De hele inboedel van de winkel wordt ons aangeboden voor 2500 US dollar. Op zich een koopje want in Europa zouden de kleren veel meer opbrengen. De kasten van Wobbel zitten echter veel te vol om de minstens  leuke  4000 kledingstukken mee te nemen.   (mocht er iemand interesse hebben, we hebben Rasjaan’s emailadres)  

We zitten weer twee volle dagen in de auto om in Agra te komen. Nu houden we ervan om regelmatig een adreline kick te krijgen maar het Indische verkeer is wel een beetje een overdosis. Na de rit komen we dan ook doodmoe in Agra aan. De drukke stad werkt niet echt rustgevend maar de Taj Mahal staat er en het is onmogelijk om in India te zijn en niet de beroemste tempel te bezoeken.    We vonden een hotelletje waar we Wobbel op de parkeerplaats mochten zetten voor 2 dagen. Vlakbij was een groot rood fort wat we als eerste gingen bezoeken.   Het was er weer erg druk met vooral Indische toeristen. Dit is voor ons een aparte ervaring want in Afrika hebben we het zelden meegemaakt dat een Afrikaan op vakantie was. Hier wordt er behoorlijk wat afgereisd door de lokale bevolking.  Met de terugweg namen   een fietsriksja  terug naar het hotel. Het was heuveltje op en de oude man moest vooral naast de fiets lopen om omhoog te komen. Lopen is wellicht sneller en vooral zij vond het helemaal niks om door iemand die onze opa had kunnen zijn, omhoog geduwd te worden.                                                                                                                                                                        Terug bij het hotel maakten we kennis met Akram. Een van de zonen van de eigenaar. We zaten gezellig met Akram te kletsen. Akram wilde graag sávonds een biertje in ons huisje komen drinken. Stiekum omdat de hele familie Moslim is. Na een verkoelende regebui is het goed uit te houden in de bus en vallen we als een blok in slaap. Akram staat die avond voor een dichte deur .                                       De volgende dag gingen we de stad verkennen en naar de Taj Mahal. Het is een mooi gebouw van Marmer en de tuinen deden een beetje aan Versailles denken. Toch waren we meer onder de indruk van de Dilwa Tempels op de mount Abu omdat de graveringen daar veel gedetaileerder waren.  Nadat we uren hadden rondgeslenterd zochten we een dakterrasje op om de Taj Mahal roze te zien worden in het zakkende zonlicht. Doordat het behoorlijk bewolkt was gebeurde dit niet maar het was een gezellig terrasje dus we bleven een poosje zitten.  De zon verdween en even later flitste de bliksem door de donkere nacht. Deze natuurlijke lichtshow op en om de Taj Mahal was waarschijnlijk nog speculairder om te zien  dan een roze marmeren Tempel.   Door de stromende regen gingen we terug naar het hotel waar Akram al op ons stond te wachten.  Akram vroeg wel 5 x of er echt niemand door de ramen naar binnen konden kijken voordat het biertje ontspannen werd genuttigd.

Ons laatste doel in India was het Dudwa park dichtbij de grens van Nepal. Het was nog een heel eind rijden over allerlei binnenwegen en we deden er twee dagen over. Onderweg sliepen we op een heel rustig plekje waar geen levende ziel te bekennen was. Dit gebeurd niet heel vaak in India en we genoten van de rust. We waren dan ook erg verrast dat er de volgende ochtend om 5.30 driftig op onze deur werd geklopt. Er stond een jonge man voor de deur die geen Engels sprak. Zover we begrepen stonden we in de weg voor een stel boeren die met de trekker langs moesten. Dit sloeg echter nergens op want het was een heel groot veld met ruimte zat. De jongeman bleef aanhouden en na een ontbijtje te hebben weggewerkt vertrokken we maar. Vreemd genoeg vertrok de tractor ook direct zonder over de plek te rijden waar Wobbel voor de nacht had gestaan...                                    Tegen de middag kwamen we aan in het Dudwa park. Zij ging bij de receptie informeren en werd erg onvriendelijk te woord gestaan. Toen hij zich bij haar voegde werd de man iets vriendelijker en gaf ons de prijzen etc. We mochten niet met Wobbel op het terrein overnachten omdat er een boom om zou kunnen vallen ofzo. Daar wilden de mensen van het resort geen verantwoordelijkheid voor dragen. Het hele gesprek verliep nogal moeizaam wat nogal in contrast stond met de al de gastvrijheid die we tot nu toe in India hadden ervaren. Tien meter verderop konden we Wobbel neerzetten bij een souvernirswinkeltje. Er kwam een gids naar ons toe die ons voor rekende dat het goedkoper was om daar gebruik van te maken dan op eigen houtje het park in te gaan. Het ticket zou 24 uur geldig zijn. We besloten om met de avondtour mee te gaan en de volgende dag  op eigen gelegenheid nog een keer te gaan. We kregen een gids mee die geen woord Engels kon en niet echt geinteresseerd leek in het zoeken naar dieren. Regelmatig moesten we aangeven dat ie moest stoppen omdat wij wat zagen. Helaas geen tijgers of beren op ons pad. Wel zagen we een aantal bokkies. En de wilde Indische kip die verdacht veel op onze Nederlandse boerderij haan lijkt. Het bos was wel erg mooi en we genoten van de rit.                                                                                                            De volgende ochtend hadden we de wekker op half 6 gezet om vroeg in het park te zijn. Bij de receptie wachtte de onvriendelijke man ons weer op. Er kwamen ineens weer allerlei kosten bij als we het park weer in wilde. Hij had er behoorlijk genoeg van en wilde geen geld meer uitgeven op deze plek.

Ons visa voor India was nog niet helemaal verlopen maar we waren nog maar 25 kilometer van de grens naar Nepal . We waren lekker vroeg in de ochtend bij de grens en klaar om een nieuw land in te gaan. Aan de Indische kant was de baas van de customs niet aanwezig  en blijkbaar mochten de andere medewerkers geen Carnet afstempelen. We werden met een kopje thee in een stoel gezet en daar wachtten we anderhalf uur totdat er eindelijk iemand kwam. Twee heren die eruit zagen of het  belangrijke mannen waren stempelden ons Carnet en we konden door naar de Nepalese kant.  Ook daar duurde het uren en op de afdeling Customs leek het wel een aflevering van een komische serie. Eerst werd met 3 mannen het Carnet bestudeerd en in de lokale taal overlegd. Er werden wat telefoontjes gepleegd en één van de mannen verdween voor een lange tijd met ons Carnet. Helemaal blij kwam de Nepalees weer terug met ons Carnet en een leeg schrift. Het leek duidelijk wat er mee moest gebeuren. Totdat weer een ander zich ermee bemoeide. Uiteindelijk vulde hij het zelf in en maakte duidelijk dat we nog een stempel nodig hadden. We werden meegenomen naar een sjiek kantoor wat verderop waar nog eens  4 mannen zich over het carnet bogen. Twee uur later konden we verder met onze stempel. Nu alleen nog een visa in ons paspoort. Helaas zaterdags werkt de emmigratiedienst aan de grens niet. Voor een paar buitenlandse toeristen werden de mannen telefonisch opgeroepen en werd ons verteld te wachten. Terwijl we gezellig met een 16 jarig meisje kletste ging er weer een uur voorbij. De mannen van de emigratie regelde de visa wel heel snel zodat ze weer van hun vrije dag konden genieten.               En wij van Nepal!

 

Foto’s

3 Reacties

  1. Jan en marg:
    20 april 2012
    hoi wereldreigers,
    kijk dat is veel gemakkelijker, nu kunnen wij het rustig lezen... vanavond ga ik de inhoud vergelijken met het door mij verzonnen verslag en dan hoor je later wel of het verhaal klopt....
    groetjes,
    jan en marg
  2. Gerard en Dini:
    20 april 2012
    Wederom een leuk en mooi verhaal. Wij hopen dat er nog vele volgen. Groetjes Gerard en Dini
  3. Ursula:
    11 mei 2012
    Ik heb weer genoten van jullie verhaal: thanks! Knuffel voor jullie! :-)