Kasol, India

Wobbel moet hard werken in Ladakh

1 september 2012 - Kasol, India

 

 

We hadden ons over de kaart gebogen en wisten dat er een korte en een lange weg naar Leh was. Vaag herinnerden we ons dat iemand daar iets over gezegd had maar beiden wisten we het niet meer precies. We kozen voor de korste weg via Manali wat een leuke plaats scheen te zijn. In Manali zelf regende het pijpenstelen en na wat rondgekeken te hebben zochten we buiten de stad een rustige plek. Omdat we de pas van 3978 meter voor de volgende dag wilden bewaren stopten we op tijd.  In een mooie vallei naast een rivier parkeerden we onze Wobbel.  S’nachts werden we af en toe wakker van een hels kabaal om weer in slaap te vallen met de gedachten dat de rivier een beetje wild was. De volgende ochtend was het stralend weer. Omdat we ons plekje zo mooi vonden bleven we nog een dagje. Zij begon aan wat huishoudelijke taken en hij ging op verkenning uit. Toen hij uren later nog niet terug was ging zij kijken waar hij was. Met de manager van het tentenkamp naast ons zat hij geconcentreerd een potje te schaken. De manager , Rashid, was een aardige jonge man en nodigde ons uit voor het eten. Toen kwamen we erachter dat de rivier zo wild was geworden van een wolkbreuk. Een compleet bos was weggespoeld en even verderop was er een brug gaan zwemmen. Ook ontdekte we dat we de verkeerde afslag hadden genomen en de rivier dus weer over moesten. Gelukkig lag er nog een brug die we konden gebruiken anders waren we een poosje opgesloten geweest in deze doodlopende vallei.  De volgende dag vertrokken we al vroeg richting de Rothan pas. Na 15 meter hadden we onze eerste opstopping omdat er door een landverschuiving een stuk weg was verdwenen. Met een shovel werd ervoor gezorgd dat we er na een half uurtje doorkonden. In het volgende dorpje stonden er op een kruising drie backpackers met hun duim omhoog. We stopten en vroegen waar ze heen wilden. De twee franse meiden (Marine en Kimlan) en de Spaanse Jose wilden ook naar Leh. Ze zaten vast vanwege de schade die de wolkbreuk aan de weg naar Manali had veroorzaakt. De bus kon niet verder en ze waren begonnen met lopen. Na de waarschuwing dat we geen idee hadden hoe lang we erover zouden doen settelden ze zich achter in Wobbel. Ongeveer 30 kilometer later stonden we vlak voor de pas. Een blik omhoog was voldoende om te zien dat er een enorme stilstaande file was. Er waren wat kleine tent-restaurantjes en we besloten eerst maar eens te gaan lunchen. Daar hoorden we dat er een paar landverschuivingen op de pas waren. In de verte zagen we de shovels druk aan het werk maar het zou nog uren kunnen duren. Buiten werd het fris en met z’n vijven gingen we binnen een spelletje doen om de tijd te doden. Langzaam maar zeker werd het donker en er zat nog geen beweging in de file. De lifters gingen een plekje zoeken om hun tent neer te zetten want die dag zou er niet meer gereden worden.  Na een gezellige avond gingen we vroeg naar bed. We wilden de volgende dag vroeg opstaan om hopelijk de pas over te kunnen. Midden in de nacht werd er op onze deur geklopt waardoor we uit een diepe slaap werden gewekt. Het waren de Franse meiden. Kimlan was in haar tentje lastig gevallen en van Marine waren de schoenen gestolen. Beiden voelde zich te onrustig om in hun tent te liggen en ze vroegen of ze de rest van de nacht in ons huisje mochten doorbrengen. Toch handig zo’n uitvouwbaar logeerbed waar twee kleine meiden makkelijk inpassen....

Na een onrustige nacht waren we vroeg uit de veren. De jongens van het restaurantje beweerde dat een koe de schoenen van Marine had meegenomen. En dat diezelfde koe de rits van de tent had open gemaakt en aan Kimlan d’r billen had gesnuffeld..

We zagen wat beweging op de berg maar vanzelf ging het verkeer nog niet. Toch besloten we maar aan te schuiven in de rij wat hogerop. Wobbel sputterde wat tegen met starten maar uiteindelijk kwam er samen met een enorme wolk zwarte rook, ook geluid uit. Met een wat stotterende motor reden we een stuk omhoog.  Wat meters hoger zaten er een paar personen auto’s vast in de modder. Weer stonden we stil. Zij keek eens goed naar die modderpoel en de steile helling en vroeg zich af of dit wel zo’n goed idee was. Hij dacht dat het wel zou lukken ondanks dat hij zich wat zorgen maakte om de tegensputterende motor. Er kwam een auto naar beneden en we vroegen hoe het verderop was. Overal was het een modderpoel en bovendien konden we er nog niet door. Deze auto kwam niet van de andere kant van de pas maar was omgedraaid. We hoefden niet meer langer na te denken. Ook wij zouden omdraaien. Onze lifters twijffelden of ze een andere lift zouden proberen te krijgen of mee terug rijden naar Manali om daar verder te kijken. Ze besloten voor het laatste.  Onderweg naar Manali hadden we nog een paar opstoppingen vanwege wegreparaties.

Tijdens een lekkere lunch in Manali vertelden de lifters dat ze naar Manikaran wilden waar warme bronnen waren om in te zwemmen. Dit klonk ons ook als muziek in de oren. Met de regen was het koud hoog in de bergen zodat het idee om in een warm bad te liggen erg aanlokkelijk was. Naar Ladakh zouden we de lange weg nemen maar dat kon ook weg een dagje wachten. Het dorpje lag in een mooie groene vallei en nadat we de lifter bij een gasthuis af hadden gezet gingen wij bij een tentenkamp vragen of we daar mochten overnachten. Dat was geen enkel probleem, Harisch de eigenaar was erg geintereseerd in onze reis en verwelkomde ons erg vriendelijk. We mochten er niet alleen gratis overnachten maar kregen ook nog een heerlijke maaltijd en drankjes toe!  Maar het waren vooral de leuke gesprekken die maakten dat we blij waren dat we daar waren gestopt. Hij gaf nogal af op het hectische verkeer in India waar Harisch erg moest lachen. De chauffeurs zijn gewoon erg blij om jullie te zien daarom toeteren ze de hele tijd, was de verklaring van Harisch. Nu geloven we dat niet helemaal omdat we ze ook horen als we binnen in een restaurantje zitten en ze ons met geen mogelijkheid kunnen zien. Wel een positievere manier om er tegen aan te kijken..

Het dorpje waar de warme baden zijn spreekt ons wat minder aan. Het is druk en vies met weinig sfeer. Met de lifters gingen we naar de baden. Vrouwen baden gescheiden van de mannen en het was een drukte van jewelste. Bij de vrouwen was het water warm, bij de mannen heet. Het was een bijzondere ervaring, vooral ook omdat we de enige blanken waren die badderden. S’avonds haalde Harisch ons over om nog wat langer te blijven. En toen hij hoorde dat er in de rivier gevist kon worden was hij overstag. Het was voor de verandering stralend weer de volgende dag zodat het geen straf was om op dit mooie plekje te blijven. Jose, de spaanse lifter, had een vishengel bij zich maar nog nooit gevist. Hij leerde Jose de kneepjes maar de rivier was veel te wild en de haak raakte steeds verstrikt onder de rotsen. Geen vis die avond maar de op Indiaase wijze klaargemaakte kip smaakte ook heerlijk.  De volgende dag wilden we toch weer verder. Het plekje was mooi en Harisch erg gastvrij maar de voortdurende regen maakte dat we toch naar Ladakh wilden. Marine en Jose gaven het op en gingen rchting Nepal. Kimlan ging proberen om met openbaar vervoer toch via de korste weg in Leh te komen. We waren benieuwd wie het eerst aan zou komen. Onze weg was wel een stuk langer maar we hadden gehoord dat ie beter was. En volgens de kaart zouden we een heel eind op een goede snelweg zitten.  Al gauw bleek die nog niet klaar te zijn. Na ongeveer 25 kilometer ging de snelweg over in een soms tweebaans weg en soms eenbaansweg door de bergen. En de eerste helft was druk met toeterende hele blije automobilisten...

Het duurde een week voordat we bestemming Leh bereikt hadden. We reden de meeste dagen erg lang. We wilden de drukte uit en dat duurde nog een poosje. Toch viel het op dat de mensen hier niet zovaak naar ons toe kwamen als we parkeerden. Alleen één keer kwam er een oudere man ons appeltjes brengen uit zijn boomgaard. Misschien zijn de mensen hier gewoon meer opzichzelf.  De meeste mensen die we zagen waren militairen, in elke bocht  staat er een met een geweer. Deze provincie grenst aan Pakistan en China en het lijkt erop alsof het hele Indiasche leger hier gestationeerd is. Na een paar dagen moesten we een pas over van 4135 meter.  Deze pas was gelukkig niet modderig omdat er geen regen was geweest. Een éénbaans geitenpad moesten we over met een rokende stotterende motor. Wobbel leek wel wat hoogte vrees te hebben. Een keer moest zij helpen door stenen achter de wielen te leggen. Dan kon hij optrekken en een halve meter verder  rijden om dan de procedure te herhalen. Door het zuurstof gebrek op die hoogte maakte die paar metertjes haar helemaal uitgeput. We waren dan ook erg blij toen we eroverheen waren. De combinatie van de hoogte en geen asfalt is absoluut niet prettig. En we wisten dat er nog een pas aan zat te komen voordat we Leh bereikt zouden hebben. Bij de eerste stad stopten we om te kijken of er iets aan de afstelling van Wobbel gedaan kon worden. Volgens de automonteur moesten de filters vervangen worden en zou dat het probleem oplossen. Wobbel had inderdaad iets meer kracht daarna. Toch sputterde en rookte de motor nog behoorlijk. Gelukkig was de volgende pas volledig geasfalteerd waardoor het een stukje makkelijker ging. We kwamen door heel verschillende valleien. Sommige erg groen en andere bestonden uit kale rotsen. Het regende nauwelijks meer en de temperatuur werd aangenamer. Na een week die voor Wobbel erg zwaar was en ons iets teveel adreline kicks had gegeven kwamen we eindelijk aan in Leh. Van een afstand zag het eruit als een groene oase tussen de rotsbergen. In de stad gingen we eerst wat drinken waarna we op zoek wilden naar een aantal reizigers waarvan we wisten dat die daar ook waren. Vanaf een dakterras zagen we een fietser bij Wobbel stoppen. De fietser wilde een briefje onder onze ruitenwisser doen en vanaf het balkon riepen we dat het onze auto was. Even later kwam de fietser naar boven en stelde zich voor als Peter. Al pratend kwamen we erachter dat het een vriend was van onze Oosterijkse vrienden waar we naar op zoek waren. Dat was wel erg toevallig nu kon Peter , die zelf ook met een camper is, ons de weg wijzen. Op de parkeerplaats van een gasthuis vonden we Verena en Wolfi, de Nederlandse Iris en Roland en de Duitse Mathias die we al van eerdere ontmoetingen kende. En Peter en Sabine die ook uit Oosterijk komen. Helaas was er op de parkeerplaatst zelf geen plek meer voor onze Wobbel. Iets verderop vonden we echter een rustig plekje op loopafstand van de rest. Peter bleek erg veel van auto’s te weten en de volgende dag was de oorzaak van het roken en stotteren al gauw gevonden. Er miste een schroef in de motor en volgens Peter was de motor nooit goed afgesteld, niet gewoon laat staan voor de hoogte. Terwijl de mannen allemaal druk bezig waren met Wobbel ging zij eropuit met haar nieuwe fiets. De dagen in Leh fietste zij rond in de stad om boodschappen te doen. Heerlijk was het om weer lekker te fietsen alhoewel de heuvels soms wat zwaar waren voor haar ongetrainde lijf. Op één van de fietstochten kwam ze Kimlan tegen die er al 5 dagen voor ons bleek te zijn..........

Leh is een gezellig stadje waar het barst van de Europese toeristen, leuke restaurantjes en souvenir winkeltjes. We beklommen een bergje om het paleis en een klooster te bezichtigen. In de hete zon was het een flinke wandeling. Omdat we hadden gehoord dat er in het paleis niks te zien was bekeken we dat alleen van de buitenkant. Nog een stukje hoger was het klooster. Dit was ondertussen voor de helft een ruine met een hoop afval. En een klein tempeltje met daarin een enorm groot Boedha beeld.

We brachten een paar gezellige dagen door met de andere reizigers. Uiteraard werd er veel gesproken over de plannen van een ieder.  En wij weten alleen nog maar dat we oktober en november weer in Nepal willen doorbrengen. Plannen maken voor daarna blijft vaag vanwege de grensproblemen.  En zo fantaseren we al pratend over allerlei mogelijkheden binnen de beperkingen.

Na een dag of vier gaat iedereen weer op pad want er is veel meer te zien in Ladakh dan Leh. Om in een vallei te gaan moet je een vergunning hebben en vooral daarom komt iedereen ook naar Leh. De rest is al langer in deze omgeving en hebben haast alles al gezien.  De eerste dag rijden we echter met z’n allen naar Tikse waar een heel groot klooster is. Op de parkeerplaatst is ruimte genoeg voor ons konvooi. In de vroege ochtend is er een ceremonie in het klooster waar toeristen bij aanwezig mogen zijn. Hij vindt het veel te vroeg om uit z’n bed te komen maar zij beklimt de treden van het klooster om 6.00 uur. Dit klooster is goed onderhouden en nog duidelijk in gebruik. Tijdens de ceremonie spelen de monniken regelmatig op trommels en blaas instrumenten. Er zijn ook hele jonge monnikjes bij die thee serveren. Aan het eind krijgen we allemaal een appeltje voor de dorst..

En dan nemen we weer afscheid van onze reisvrienden, zij gaan richting Manali en wij gaan een vallei in met het hoogste meer in de Himalya. De pas is 5.100 meter hoog maar Wobbel loopt na de zorg van Peter weer als een nieuwe dus we durven het aan. Het grootste gedeelte van de pas ging ook fantastisch. In de tweede versnelling tokkelde Wobbel rustig naar boven over het asfalt. Totdat er ineens na een scherpe bocht geen asfalt meer lag maar grote keien en gaten. Doordat we geen snelheid konden houden redde we het topje net niet. Weer sprong zij er uit en zocht snel grote stenen voor achter de wielen. Twee vrachtwagens met militairen haalden ons in en stopte net na de bocht. Hij mopperde al een beetje omdat de weg hierdoor geblokkeerd werd. Maar toen bleek dat de militairen stopte om ons te helpen was de ergenis zo verdwenen. Een tiental jongemannen sprong uit de vrachtwagens en kwam haar helpen duwen. De ongeveer 10 meter omhoog had zonder hen iets meer tijd in beslag genomen. Eenmaal boven lieten ze ons voorbij gaan met de waarschuwing dat er nog een rotstukje aankwam. En ja twee bochten later rukten ze weer uit om ons de nodige duwkracht te geven. Kort daarna bereikte we opgelucht de top en bedankte de jongens uitgebreid.

Zonder asfalt is dit echt te hoog voor ons tweewiel aangedreven busje. Het vreemde is dat er overal goed asfalt lag, behalve heel hoog in de haarspeldbochten. Juist waar we het het hardste nodig hebben..

De weg naar beneden was makkelijker maar de gedachte dat we er later weer omhoog moesten liet ons niet helemaal los. Want het was er zo steil dat Wobbel z’n remmen oververhit raakte. Na een half uurtje afkoelen konden we veilig weer verder. En in dit door alles verlate hoge gebied haalden we zomaar een vrouwelijke fietster in! Respect voor deze sportieve dame. Eenmaal bij het meer vonden we snel een mooi plekje aan het hel blauwe water. Tegen de schemer werd er op onze deur geklopt die we vanwege de harde wind hadden gesloten. Het was de fietster die ook Nederlands bleek te zijn. Bernice zette haar tentje naast onze bus op en we nodigde haar uit om mee te eten. In ruil kregen heerlijke chocolade als toetje.

Het was een mooi gezicht het blauwe meer met tegen de achtergrond de bergen met sneeuwtoppen. We waren eigenlijk van plan om er een weekje te blijven. Maar hij had behoorlijk last van de hoogte. Moeilijk ademhalen en slecht slapen. Dus na twee nachtjes besloten we toch om naar een wat lager gelegen gebied te gaan. Waar we weer een leuk plekje aan een meanderend meertje vonden.

Een beetje gespannen gingen we de uitdaging aan om weer de derde hoogste pas van de wereld over te gaan, 5360 meter hoog. De spanning werd niet minder toen we al vrij snel weer stenen achter de wielen moesten leggen. En dit keer nog wel op asfalt. Maar het was gewoon te steil voor onze Wobbel. Tot 5 keer toe redden we een heuvel niet, waarop zij vlug de auto uitsprong  om stenen te zoeken. Die lagen er gelukkig meer dan genoeg. Af en toe werd ze geholpen door voorbijgangers en dat scheelde zeker met duwen. Na 7 uur kwamen we doodmoe aan de andere kant van de pas. We hadden nog een vergunning voor een ander meer maar daarvoor zouden we weer een pas van over de 5000 meter over moeten.  Beiden zagen we dit niet meer zitten. We hadden Wobbel al veel te veel belast.  We bezochten nog het grootste klooster van Ladakh wat indrukwekkend was om te zien. Helemaal verstopt tussen de bergen leven hier honderden monniken. Na een paar uur rond gekeken te hebben reden we verder. Opnieuw moesten we beslissen welke kant we opgingen. De lange weg terug de bergen uit of de korte. Van vele anderen hadden we begrepen dat de Rothan pas vanaf deze kant een stuk makkelijker was en de twee passen ervoor zouden wel hoog zijn maar niet steil. We besloten het erop te wagen.  Na lange tijd in een heel verlaten gebeid te rijden kwamen we bij een klein meer uit. Tot onze verassing stonden daar onze Oosterijkse vrienden ook met hun vrachtwagens. De volgende dag zouden hun richting Manali gaan rijden. Nadat ze ons verhaal aangehoord hadden zei Verena spontaan, kom met ons mee dan hangen we er een touw aan als dat nodig is. Ondanks  dat we eigenlijk nog maar kort in Ladakh waren , zeker voordat we zo’n eind gereden hadden, vonden we dit toch wel een goed idee. De streek is prachtig maar de weg begon ons wat rusteloos te maken. En zo gingen we in convooi verder  wat een veilig gevoel gaf. De eerste twee passen gingen we zonder problemen over, het was er inderdaad niet steil. Toen kwam de Rothan pas....  Het eerste stuk was geasfalteerd maar toen kwam er een enorme modderpoel. En omdat het druk was moesten we regelmatig stoppen voor een voorbijganger. Hierdoor zat Wobbel één keer vast en hadden we de hulp van Wolfi nodig. Dankzij zijn ontzettend goede chauffeurs kwaliteiten bleef het bij deze ene keer. Spannend was het zeker wel en we waren allemaal blij toen we voor het donker aan de andere kant beneden aan de pas stonden. Weer terug in Himchalal Pradesch waar de zon nu wel schijnt rusten we lekker uit van ons Ladakh avontuur..................

Foto’s

6 Reacties

  1. Jan en marg:
    1 september 2012
    hoi wereldreizigers,
    weer een leuk verslag doorgespit, jullie martelen wobbel wel, maar hopelijk had paul nog voldoende energie over om zijn 3-koppig harem te verwennen.... jullie ontmoeten wel heel veel "lotgenoten", klinkt heel leuk op afstand, maar of het voor ons "oudjes" ook wat zou zijn betwijfelen wij wel een beetje
    groetjes en fijne reis verder,
    jan en marg
  2. Barbara:
    2 september 2012
    Hé lieverds, wat een spannend verhaal deze keer! Fijn dat jullie weer in "bereikbaar" gebied zijn. Groetjes en dikke zoenen van ons.
  3. Toon, Monique, Ilana & Myronne:
    2 september 2012
    Wat spannend weer!! Ware helden zijn jullie om over die bergpassen te gaan!

    X Mo
  4. Ursula:
    4 september 2012
    Wat een spannend verhaal! Ik vind jullie toppertjes dat jullie deze beproevingen doorstaan! Ik heb weer genoten van jullie belevenissen en prachtige foto's! Knuffel :-)
  5. Suzanne:
    23 september 2012
    Wow, dat was wel heel spannend! Respect dat jullie dat met Wobbel hebben aangedurfd, gaaf! En hoe grappig dat alle bekende overlanders zich daar weer hadden verzameld. Wij zijn inmiddels alweer bijna twee maanden thuis. Het is wel even aanpassen hoor, zeker nu het herfstig begint te worden.....
    Groet, Suzanne en Madelon
  6. Tom en jacqy:
    1 oktober 2012
    Geweldig, wat een avontuur. Wel gelukkig dat er altijd mensen zijn die willen helpen. We zijn benieuwd naar jullie volgende belevenissen...